ERVARINGSVERHALEN HOGER ONDERWIJS

OP NAAR HOOGBEGAAFDENONDERWIJS DAT PAST, OOK IN HET HOGER ONDERWIJS!

Hoger Onderwijs dat past. Daar maken wij ons hard voor. Want helaas zijn er veel hoogbegaafde studenten in Nederland die niet het onderwijs krijgen dat aansluit bij hun ontwikkel-, leer- en ondersteuningsbehoefte. Zij voelen zich eenzaam, lopen vast, vallen uit of krijgen een burn-out of bore-out.

Lees hier de ervaringsverhalen van alle hoogbegaafde studenten in het Hoger Onderwijs die hun verhaal met ons gedeeld hebben. Op naar Hoger Onderwijs dat past!

Schoolplicht zonder passend aanbod

Waarom is er schoolplicht in Nederland als geen enkele openbare VO-school in de buurt passend onderwijs kan bieden?

Dat is mijn grote vraag nu mijn hoogbegaafde 15-jarige al twee jaar niet meer naar school gaat.

“Passend onderwijs” dat er wordt geboden door de huidige school is een school voor speciaal onderwijs, ver van huis, met expertise op het gebied van kinderen met chronische ziekten of een lichamelijke of geestelijke beperking, niet met hoogbegaafde kinderen.

In het basisonderwijs viel ons kind al regelmatig uit met hoofdpijn, buikpijn en extreme vermoeidheid. Na een paar dagen ging het dan weer en was het wachten op de volgende aanval. Gelukkig was er de weektaak (op eigen tempo werken), de verkorte instructie, was er enige differentiatie in lesstof en ook de mogelijkheid om veel te bewegen. Dit alles verviel op de middelbare school met ouderwets klassikaal onderwijs. Ellenlange uitleg, veel herhalende opgaven moeten maken en veel minder bewegingsvrijheid.

Middelbare scholen zijn bovendien vaak grote scholen. Ons kind is, zoals veel hoogbegaafden, ook zeer prikkelgevoelig, wat maakte dat de middelbare school een nog minder passende plek bleek.

De aanvallen van hoofdpijn en buikpijn namen in frequentie toe en leidden uiteindelijk tot waar we nu zijn: het kind zit thuis.

Ons kind is echter zeer gemotiveerd een diploma te halen, maar dan wel op een manier die passend is bij ons kind. En die hebben we gevonden! Maar helaas is het thuis op eigen tempo door de stof gaan niet in overeenstemming met de schoolplicht.

Daarom onderteken ik van harte deze petitie en hoop ik dat het jaarklassensysteem wordt afgeschaft en kinderen op school op hun eigen tempo mogen leren. Wie gunt een kind dat nu niet?

Pas als het aanbod op orde is, dan zou de schoolplicht van kracht mogen zijn.

Anoniem
12 januari 2021

Van alleskunner naar ?

Al van kleins af aan gaat veel me vrij gemakkelijk af, zo uiteraard ook de basisschool. Extra lessen rekenen, Spaanse les, computerlessen (dat was destijds een ding), noem het maar op, ik kreeg het en ik deed het allemaal met vrij weinig inspanning. De enige keer dat ik een onvoldoende haalde op de basisschool (topografie), was omdat ik eerst de toets van een vriendje had gemaakt die vroeg om mijn hulp. Behulpzaam als ik was, maakte ik eerste de zijne en later de mijne en zodoende kwam ik tijd te kort voor mijn eigen toets, vandaar de onvoldoende.

Ondanks alle extra stof haalde ik weinig energie uit naar school gaan, had ik weinig echte vriendjes en wanneer de stof niet interessant was (erg vaak in mijn geval..) dwaalde ik af en was mijn focus gericht op iets anders. Meestal keek ik naar buiten, was ik aan het dagdromen en zat ik te wiebelen op mijn stoel. Mij laten testen op ADHD is ooit ter sprake gekomen, maar is niet doorgezet. Ik was veel buiten, vond toen (nog steeds) natuur en beestjes fascinerend en sportte zo vaak als ik mocht (iets minder nu..).

Aan het einde van groep 8 werd ik een beetje opstandig en na het (voor mij) slecht maken van mijn CITO-toets (546), mocht ik met wat tegenstribbelen van school toch naar het Gymnasium. Hier was ik al snel klaar mee, vakken waar ik totaal geen interesse in had deed ik niets aan, behalve wanneer ik straf kreeg (wat vaak gebeurde) en vakken die ik interessant vond, haalde ik zonder moeite. Helaas kreeg ik een stuk meer oninteressante vakken en waren zodoende mijn cijfers erg slecht. Met hakken over de sloot over naar de tweede klas, geen Gymnasium meer, maar Atheneum. Helaas veranderde er niks in het systeem en weinig in de vakken en bleven mijn streken en punten hetzelfde. Door mijzelf veel af te zetten tegen school en de mensen eromheen, moest ik vaker buiten eten dan ik in de aula mocht zijn.

Na twee jaar strijden op deze school, over naar de volgende, wel naar de derde klas en ook nog VWO. De mensen veranderden, de vakken niet, het systeem en de manier van werken ook niet. Hier had ik kort de motivatie om mij in te zetten voor de dingen die ik niet interessant vond, helaas niet lang genoeg om mijn punten goed te houden. Wederom met veel strijd, hakken over de sloot naar de vierde klas. Dit is waar de lol pas echt begon, vol in mijn pubertijd, hardcore was upcoming en ik had vriendjes in die scene. Dit was ongebruikelijk op mijn school voor iemand in het VWO, dus mijn vriendjes kwamen dan ook niet uit mijn klas. Enkele vriendjes had ik op het VMBO (zelfde school), maar de meeste ‘vrienden’ kende ik via via vanuit de hardcore-scene. Destijds sprak je elkaar aan, als je in een zelfde soort outfit liep en zo had ik wat aanspraak in mijn bomberjack, kisten en kale kop (ook ongebruikelijk voor iemand op het VWO, op mijn school).

Je ziet het misschien aankomen, maar ik was dus weinig op school. Ook niet bevorderlijk voor je cijfers moet ik zeggen en dus bleef ik zitten. Dit kwam puur door mezelf natuurlijk, maar als mijn toenmalige mentor mij wat gegund had (ik bleef zitten op één onvoldoende te veel die bijgesteld had kunnen worden), kon ik over naar de vijfde klas waar het wél interessant zou worden voor me (een aantal interessante keuzevakken). Echter gunde deze man mij helemaal niks, aangezien ik opstandig en vervelend was in zijn ogen, ik vroeg altijd aan iedere leraar om uitleg en liet het er niet bij zitten als ik niet tevreden was. (Ik doe dit overigens nog steeds bij mijn werkgever, echter ben ik er een stuk tactischer in geworden en lukt het mij vaak om te krijgen waar ik naar op zoek ben.)

Omdat mijn vader leraar was op mijn school, had ik het voor elkaar gekregen toch een aantal vakken af te sluiten ondanks dat ik bleef zitten. Dit maakte dat ik in mijn tweede keer de vierde klas een hele hoop vrije tijd had. Dit leidde tot een extra project, wat ons een aantal zaken gaf: een eigen lokaal, geld voor boodschappen en spullen, en vrijheid om dingen te ondernemen. Misschien dat iemand ooit dacht dat een stel 16/17jarigen op het VWO geld en ruimte geven een goed idee was, maar die had geen rekening met mij (en mijn bondgenoot zittenblijvers) gehouden. Zodoende kochten wij spelcomputers, tv, banken, koelkast en heel veel drank en snacks. Toen het op een vrijdagmiddag helemaal uit de hand liep (winkelwagens door glazen deuren heen, flessen drank door de lokalen heen en mateloos veel overlast), hebben ze een aantal van ons uit het project gezet en een nieuwe start gemaakt zonder ons. Dit was ook het einde van mijn middelbareschooltijd. Ik mocht nog mee als begeleiding naar Rome, voor een jongen met epilepsie en een hele bult andere issues (want behulpzaam was ik zeker nog!), maar daarna moest ik van school af.

17 jaar, geen school meer en niet meer verplicht om school te volgen, dus dan maar werken. Een aantal jaren flink hard werken, in verschillende sectoren, heeft mij als persoon geleerd wat discipline, respect en hard werken is. Tussendoor toch geprobeerd om een HAVO-diploma te behalen via een verkort traject, maar dit liep sneller fout dan iemand stop kan zeggen. Ik wist niet waar ik aan begon, kende de stof niet en snapte er helemaal niks van dus ik stopte maar meteen weer.

Op mijn 21e een toelatingstest gedaan voor het HBO(PABO) en de test ruim gehaald, dus op naar het HBO! Het hier iets langer vol kunnen houden, maar na ruim een half jaar en mega onbegrip vanuit mijn stagebegeleidster weer afgehaakt. Ik moest van haar alles zelf doen, het was immers het HBO, ik wist echter nog niet misschien hoe ik een reflectieverslag moest schrijven en de producten die ik aanleverde kreeg ik terug zonder opmerking (op een grote rode streep na). Ik begrijp het vanuit haar nu denk ik, maar het sloot helemaal niet aan bij wat ik nodig had. Ik haalde alle toetsen puur op basis van mijn logica, maar de momenten dat ik moest leren (wat is dat nou? Nooit gedaan of hoeven doen) liep het meteen fout. Ook bij verslagen schrijven waarop ik moest reflecteren, naar mezelf kijken en zien wat ik deed, totaal onmogelijk op dat punt voor mij.

Hierna toch maar weer gaan werken, dat ging me goed af en lekker geld verdienen was een prima bijkomstigheid. Op mijn 27e besloten dat zuipen, feesten en werken toch niet het leven is dat ik wilde en op zoek naar een baan mét opleiding. In deze periode mezelf erg vaak tegengekomen, maar voor dit verhaal niet helemaal van toepassing.

MBO-4-opleiding gevolgd, één dag in de twee weken naar school en daarnaast 40 uur werken. Op deze opleiding hoefde ik niet na te denken en de verslagen die ik schreef mochten van een zeker niveau zijn dat ik ze allemaal in 1 dag (de laatste voor de deadline) heb kunnen schrijven (wel maak ik me 3 maanden druk over dingen die ik niet doe, heb ik ze in mijn hoofd al een aantal keer geschreven, maar maak ik ze op het laatste moment).

Nog altijd heb ik niet kunnen leren leren, ik begreep het concept niet, kon staren naar boeken zonder dat er informatie binnenkwam en zodoende gaf ik het leren gewoon op. Gelukkig kwam ik met mijn logisch redeneren en grote bek (zo werd het genoemd, ik noemde mezelf gewoon kritisch) ver genoeg en haalde ik de opleiding zonder al te veel te hebben gedaan. Mijn manager begreep mij, ik kreeg de kans op dingen te ondernemen en uit te zoeken. Deed taken die helemaal niet binnen mijn functie vielen, maar alles liep als een zonnetje.

Zodoende een vervolgopleiding gaan volgen. Na een tijdje kreeg ik een andere manager die mij niet begreep (en vice versa) en raakte ik in een dal. Ik snapte wederom niets van de opleiding en wat ik er voor moest doen en wist niet hoe snel ik ervan af moest zien. De discussies, gesprekken en feedback in deze opleiding waren een verademing en hier ben ik écht naar mezelf gaan kijken, ook ontmoette ik in deze periode mijn vriendin die hier zeker in heeft geholpen! Echter was de stof zo oninteressant dat ik zeker wist dat ik hier absoluut niet mee verder wilde.

Half jaar thuis gezeten en zwart gewerkt, waarna ik weer aan een MBO-4 opleiding ben begonnen mét baan. 30 uur werken en één dag naar school. Het diploma van deze opleiding mag ik (mits mijn opdrachten worden goedgekeurd) 8 februari 2021 ophalen. In de drie jaar dat ik deze opleiding gevolgd heb, heb ik ongeveer niks geleerd aan stof dat te maken heeft met mijn werk. Ik heb her en der wat termen opgeslagen die ik interessant vond, maar de diepte zijn we naar mijn idee nooit maar eens geprobeerd in te gaan. Ik vond dit aan het begin frappant, aangezien ik niets dacht te weten van de sector en dus veel te leren had. Ik heb zeker nog heel veel te leren, maar de basis ging mij vanzelf goed af. Iets dat ik vanaf het begin terugkrijg van mijn collega’s.

Ongeveer een half jaar geleden ben ik mij gaan verdiepen in hoogbegaafdheid en kwam ik er achter dat er erg veel van mij past bij veel verhalen die ik erover heb gelezen. Mijn vader en broertje zijn hoogbegaafd, wat maakte dat ik mijzelf niet hoogbegaafd vond. Dit heb ik ondertussen bijgesteld, na ontzettend veel verhalen en informatie die ik erover heb gelezen. Er viel zo veel op zijn plek en al typende over mijn (school)carrière wordt het zelfs nog meer duidelijk.

Ik heb nergens, op een school waar ik gezeten heb, de begeleiding gevonden of gekregen die ik nodig had. In al mijn gevolgde opleidingen ben ik nooit benaderd, hoe iemand mij kon helpen. Ik moet toegeven dat ik nooit ergens aan de bel getrokken heb, omdat ik vond (tegenwoordig wat minder) dat ik alles zelf moest doen. Dit heeft mij gelukkig niet tegengestaan om een MBO-opleiding te volgen, maar er alleen al aan denken om een HBO-opleiding te volgen, doet mij terugdeinzen. Niet omdat ik denk dat ik het niet kan, meet wel omdat ik denk dat ik het niet aankan.
Dit is in, misschien niet zo’n korte, vogelvlucht mijn ervaring met het onderwijs..

Mocht ik ooit de kans hebben om anderen, kinderen en jongeren, te ondersteunen in hun reis en/of strijd, zal ik deze kans zeker grijpen.

VOEG JOUW VERHAAL TOE

Boris
30 december 2020

130+ maar toch in de sociale werkvoorziening

Op de lagere school hoefde ik weinig te doen. Het kwam toch wel aanwaaien. Ik was wel altijd een eenling. In de laatste jaren duidelijker dan daarvoor. Maar goed dat ik toen nog niet wist wat ik nu weet. Cito uitslag: Slim genoeg voor het gym, maar te langzaam. Dus maar naar de brugklas havo/atheneum. Van daaruit naar de havo. Na een keer te zijn blijven zitten in de eerste of tweede klas (van de 11 leerlingen die van mijn basisschool naar deze instelling voor hoger onderwijs gingen, zijn er destijds 10 die of in het eerste of in het tweede jaar bleven zitten!) ging ik na het vierde jaar weer niet over.

Daarop ben ik naar de MTS gegaan. Ook daar twee keer niet overgegaan naar een volgende klas. Daarna het beroepsleven in. Of eigenlijk ook weer meer tijd niet dan wel. Na drie jaar had ik zoiets van “ik ben slimmer, moet meer aankunnen”. Maar concentratie en geheugen waren waardeloos. Een maand of tien in dagtherapie gegaan. Daarop een jaar lang wis- en natuurkunde op havo-niveau opgehaald aan een avondopleiding voor volwassenen, zodat ik een propedeuse HTS kon halen. Daar de verkorte versie gedaan die de HTS bedacht had voor mensen die van de MTS af komen. Dus met een aantal vakken uit het vierde jaar in het eerste jaar erbij had ik die opleiding maar afgemaakt. Veel ging er (erg) goed. Vooral ook door de klassikale lessen.

Daarna door naar de Universiteit in Aken, Duitsland, hier net over de grens. Waar ik totaal ben vastgelopen. Dingen die ik eerst begreep, snapte ik ineens niet meer. Wat aan het begin van een lange zin stond, wist ik halverwege de zin niet eens meer. Ik ben doorgegaan tot het zeer bittere einde. Heb in de tussentijd nog gesprekken gehad bij de lokale GGZ instelling waar ik jaren eerder in dagtherapie was geweest. Het heeft niet mogen baten. M’n lichaam verzet zich tegen elke poging tot serieus leren en dat eigenlijk al sinds ik op school zat. Een handleiding, die ik vroeger van voor tot achter doorlas, hoef ik nu niet meer te lezen. Ik snap het gewoon niet meer. Kan ‘m niet meer volgen. Het lukt gewoon niet meer.

Inmiddels werk ik al zo’n 13 jaar in de sociale werkvoorziening, Zie problemen aankomen en heb ook al een oplossing verzonnen, voor de meesten, inclusief het management, zien dat er een probleem is. En zelfs als je het management ziet wat er mis is, snappen ze het niet. Er gaat veel mis, heel, heel veel. Ik zie het met lede ogen aan en kan er niets aan doen. Ga er langzaam aan aan kapot. Zit al jaren met een bore-out. Uit mijn handen komt NIKS. Niet wat ik wil doen en niet wat ik moet doen. Life sucks. En niet zo’n beetje ook!

Mathy van Nisselroy
28 december 2020

De lange weg naar mijn kinderdroom

Ik ben nu 48 jaar oud, dus mijn schooltijd ligt al een aardige poos achter me. Dat wil zeggen dat ik die heb doorgebracht in een tijd dat er nog geen enkele aandacht voor hoogbegaafdheid bestaat in didactische kringen.

Voor zover ik me dat kan herinneren heeft het tijdens mijn lagere schooltijd niet voor heel veel rimpels gezorgd. Ik ben een dromer, die tijdens de lessen de hele tijd naar buiten aan het staren is, een eenling, helemaal verzonken in mijn eigen wereld. Dat resulteert in niet echt briljante cijfers, maar ik krijg nu wel af en toe al de voor de komende jaren zo regelmatig terugkomende mantra te horen: “Je bent zo slim, waarom doe je daar niks mee?” Thuis zit ik liever boeken te lezen dan dat ik met andere kinderen speel. Als ik ga spelen, dan doe ik dat ook vaak alleen, en speel ik de verhalen na die ik gelezen heb.

Voor de middelbare school selecteert men voor mij de HAVO; het is een pientere jongen, maar zijn cijfers zijn niet goed genoeg voor Atheneum. Terugkijkend denk ik eigenlijk dat dit nog een goed advies was ook. Aangezien ook het onderwijs op de middelbare school niet aansluit bij hoe ik denk en functioneer, loop ik ook hier al vrij snel een beetje verloren. De niet-exacte vakken zijn een eitje, maar in de exacte vakken loop ik hopeloos vast. Wiskunde is een gruwel, en ik realiseer me pas (veel) later dat dit komt omdat ik een systeemdenker ben. De wiskundelerares probeert mij sommetjes te leren in het vertrouwen dat dan op een gegeven moment het onderliggende systeem duidelijk wordt. Niet dat ik het op dat moment onder woorden kan brengen, maar ik wil dus graag eerst weten hoe het systeem in elkaar zit, voordat ik aan die sommetjes begin. Noch de wiskundelerares, noch het onderwijssysteem uit de jaren 80 zijn daarop ingesteld. De 13-jarige hoogbegaafde ook niet trouwens; zoiets kun je op dat moment natuurlijk helemaal niet articuleren, als je dat überhaupt al doorziet.

Waar ik op de lagere school nog toevlucht zoek in het dromerig uit het raam staren heeft zich intussen de puberteit aangemeld, en vertaal ik mijn onvrede intussen in, laten we zeggen, suboptimaal aangepast gedag. Dit leidt natuurlijk onvermijdelijk tot aanhoudende concentraties met the Man(1) en een soort koude oorlog tussen mij en het (school)systeem. Ik denk dat ik geluk gehad heb met het feit dat the Man in dit geval een begripvolle conrector is, die mij de hele tijd met zachte hand probeert te helpen, al weet ook hij niet goed hoe.

Bizar genoeg is dit ook het moment waarop ik er achter kom dat ik hoogbegaafd ben. Een van de tegenoffensieven in de koude oorlog bestaat eruit dat ik naar een jeugdpsycholoog moet. Ik kan me niet veel van die sessies herinneren, behalve dat ik er volgens mij weinig aan gehad heb. Een van de dingen die ik moet doen is een IQ-test. Daaruit wordt geconcludeerd dat ik een bovengemiddeld hoog IQ heb, hetgeen voor akte wordt genomen, waarna men er niks mee doet. Omdat ‘men’ geen flauw idee heeft wat dat is. Ik ook niet. Dus klooi ik nog een jaar of twee door. Voor de meeste vakken hoef ik niet of nauwelijks te blokken en die waar dat wel voor moet doen laat ik gewoon links liggen totdat the Man me het spreekwoordelijke mes op de keel zet en ik me net genoeg inzet om er een 5,6 uit te slepen.

Ik wil al sinds ik klein ben graag archeoloog worden, maar ja, daar heb je Atheneum voor nodig. Als ik de HAVO bijna af heb zijn mijn cijfers niet van dien aard dat het schoolbestuur het ziet zitten om mij naar het Atheneum te laten doorstromen. Misschien zijn ze ook allang blij dat ik vertrek. Daarin kan ik ze niet helemaal ongelijk geven, gezien mijn suboptimaal aangepaste strapatsen.

Omdat ik ook goed kan tekenen en de ongeleide aspecten van het kunstenaarsbestaan mij wel aantrekken, beland ik op de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Dat is geen succes. Ten eerste kom ik er al vrij snel achter dat er een verschil is tussen goed kunnen tekenen en het leuk vinden om dat de hele tijd te doen, maar ik loop ook hopeloos verloren. Zonder ook maar een greintje zelfdiscipline, zonder te weten hoe je in hemelsnaam moet studeren voor de theorievakken, ga ik roemloos ten onder.

Compleet stuurloos breng ik spreekwoordelijk een paar jaar door in de wildernis. Omdat thuiszitten niks is, ga ik via een Duitse oom in de bouw werken, eerst in Luxemburg, dan in Keulen, Berlijn en Leipzig. Het feit dat die plekken ver van huis zijn speelt in niet gering mate mee in mijn keuze.

Het is zwaar werk, de dagen zijn lang (12 uur, zes dagen per week) en de omstandigheden zijn soms beroerd. Maar ik heb er geen spijt van. Ik leef in een internationale gemeenschap met Britten, Nieuw-Zeelanders, Duitsers, Fransen en Polen en ik leer enorm veel. Niet alleen kan ik nu vloeken als een bootwerker in vijf talen, maar van de vaardigheden die ik in mijn werk oppik heb ik natuurlijk voor de rest van mijn leven profijt. Maar wat het belangrijkste is dat ik daar heb geleerd is zelfdiscipline. De twee belangrijkste dingen die ik daar heb geleerd zijn zelfdiscipline en doorzettingsvermogen.(2)

Mijn droom om archeoloog te worden is nog steeds springlevend, maar ik twijfel of ik het zal redden om weer terug naar school te gaan. Mijn lief overtuigt me om het te proberen: “Je kunt het niet doen en jezelf de rest van je leven zielig vinden, of je probeert het en als het lukt, dan heb je je droom verwezenlijkt. Lukt het niet, dan heb je het in ieder geval geprobeerd.”

Omdat ik intussen de 21 gepasseerd ben meld ik me in Leiden aan voor een toelatingsexamen. Dat blijkt een eitje te zijn en bloednerveus neem ik in september 1997 plaats in een collegebank voor mijn eerste college archeologie. Het blijkt een meesterzet te zijn. Vanaf het eerste moment ben ik gegrepen door de materie. Ik heb nog steeds enorm veel moeite met het hoe van studeren, maar de in de bouw opgestoken discipline betaalt zich nu terug. Als ik één ding goed kan, dan is het wel ervoor zorgen dat ik ’s ochtends om half negen in die collegebank zit, onverschillig wat er de avond tevoren gebeurd is. Een eitje, in de bouw moest ik om zeven uur present zijn.

Mijn moeite met studeren weet ik deels op te lossen door samen met een vriend elke maandag tot en met donderdag na de colleges te gaan eten in de Mensa om daarna in de universiteitsbibliotheek tot half negen ’s avonds te gaan studeren. Door die intensieve training, want daar komt het wel op neer, lukt het me ook later (meestal) om te blijven zitten en door te ploeteren.

Mijn jaren op de universiteit zijn geweldig. Daar vind ik precies wat ik zocht: kennis, en niet alleen dat, maar ook kennis die ik op kan doen op een manier die me ligt: veel keuze in de vakken die je wil volgen en veel vrijheid om dat te doen in een volgorde die je zelf wil. Tenminste, de ruimte om die vrijheid te nemen is er. Dat ook universiteiten een systeem hebben vind ik makkelijk om te negeren en/of te omzeilen. Ik moet toegeven dat ik daarbij wel geluk heb gehad: Archeologie is op dat moment een kleine faculteit met weinig studenten, op een gegeven moment krijg ik in de gaten dat mijn professor, waar ik een goeie klik mee heb en waarmee ik een diepe afkeer voor the Man deel, zijn invloed aanwendt om me een beetje uit de wind te houden.

Het zal opvallen dat het woord hoogbegaafd in de laatste twee paragrafen niet meer gevallen is. Ik ben er dan ook jaren niet meer mee bezig geweest. In de bouw kom je het niet zoveel tegen. Als gespreksonderwerp dan, ik ben daar zeer intelligente mensen tegen het lijf gelopen. Ik ben een keer met een van hen, de Engelse Alan, aan het kletsen en ik vraag hem naar aanleiding van zijn kennis en duidelijke potentieel: ”What are you doing here man?” waarop hij riposteert: “No, what the fuck are you doing here!?” Alans vermaning heeft ook in belangrijke mate bijgedragen aan mijn beslissing om naar de universiteit te gaan.

Op de universiteit ben ik er nooit mee bezig geweest. Je bent omringd door slimme mensen (de meesten dan toch) zodat het eigenlijk ook niet zo’n thema is. Wat ik me intussen wel realiseer is dat het maar goed is dat ik niet naar het Atheneum ben gegaan. Als ik na de middelbare school naar de universiteit was gegaan, dan zou ik dat kansloos hebben verknald, net zoals ik dat met de kunstacademie heb gedaan.

Bijna drie jaar geleden komt hoogbegaafdheid pas in mijn leven als de niet alles-, maar veel bepalende factor die mijn leven op allerlei fronten beïnvloedt. Wat dat allemaal precies inhoudt is voer voor andere tijden, maar ik ben daardoor wel, nu pas, in staat geweest om terugkijkend een boel dingen te verklaren die ik lange tijd niet begrepen heb. Het hierboven staande verhaal is dan ook onvermijdelijk een onscheidbaar amalgaam van herinneringen en recente inzichten over die herinneringen.

Ik kan enkel gissen wat de grootte van het effect van fatsoenlijke begeleiding en/of aangepaste lesprogramma’s zou zijn geweest, als ik daar toegang tot had gehad. Hoogbegaafdheid is niet de enige horde voor een getormenteerde puber. Ik weet wel zeker dat mijn schoolcarrière een stuk rustiger zou zijn verlopen (geen slecht resultaat voor de al genoemde getormenteerde puber), maar waarschijnlijk ook voorspoediger. Ik heb nergens spijt van en kijk met genegenheid terug op mijn tijd met Alan en zijn collega’s, maar wellicht had ik mijzelf de wildernisjaren, die niet alleen maar excitement and adventure and really wild things(3) waren, dan kunnen besparen.

(1) Een in de VS gebruikte term voor organisaties of personen die met autoriteit bekleed zijn (of dat van zichzelf vinden).
(2) Vrij naar Monty Python’s Flying Circus: The Spanish Inquisition.
(3) Douglas Adams: The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy.

VOEG JOUW VERHAAL TOE

Yannick Raczynski-Henk
28 december 2020

De hel

Het liep al mis in de kleuterklas: nonchalante klasgenootjes, pesterijen, saai speelgoed, simpele knutselopdrachten en onrechtvaardig handelende leerkrachten, … Het begin van een nachtmerrie, waar de grenzen van mijn persoonlijkheid en hooggevoeligheid al snel op de proef werden gesteld, en dan kwam die hersenvliesontsteking daar nog bij…

Ik kroop weg, in een hoekje, bang van mensen, de wereld, … gewoon van alles… dit leidde tot de diagnose autisme, voor mij was dit de poort naar de hel.

De jaren daarop werden er maatregelen opgesteld door die diagnose, die moesten verhinderden dat ik overprikkeld geraakte, vooral op het vlak van leerstof werd zuinig omgegaan. Ik weet het nog goed: “Gelukkig hangt er nog een klok in de klas, dat is het enigste wat enigszins vooruit gaat”. De school verloor al z’n kleur en glans en uiteindelijk weigerde ik nog naar school te gaan…

Ik werd naar een autismevriendelijke school gestuurd aangezien men ten einde raad was, over deze jaren kan ik weinig woorden zeggen, want woorden kunnen de pijn, die ik daar gevoeld heb, niet verwoorden.

Het enigste lichtpuntje dat ik nog had was het hoger, ik startte aan de universiteit met de studie geologie, een waar fiasco want ik bleef, na al die jaren, opnieuw op mijn honger zitten. Na een jaar gaf ik er de brui aan, het licht ging uit…

Op 22-jarige leeftijd las ik toevallig uitgebreid over hoogbegaafdheid, een ware shock… euh… maar dan was… dat… door… En plots wakkerde het licht weer aan. Nu ben ik nog steeds bezig met deze vaak pijnlijke trauma’s en ervaringen te verwerken en een plaats te geven in mijn leven.

Aan alle (U)HB kinderen, (U)HB jongeren en ouders van U(HB)’ers: prijs jullie gelukkig dat jullie/jullie kind(eren) de correcte diagnose gekregen hebben en laat het zeer duidelijk klinken dat onderwijs dat afgestemd is op jullie/hun leerhonger een zeer grote vereiste is voor de ontplooiing van jullie/hun unieke en prachtige persoonlijkheden.

Rondelez Djordy
23 december 2020

Onbegrepen

Toen ik een jaar of 11 was, zag ik een aflevering van Het Klokhuis over hoogbegaafdheid. Ik herkende me daar wel deels in, vooral de vragen in mijn hoofd, maar niet in het gemakkelijk leren. Ik zei thuis dat ik me er deels in herkende, maar de reactie was dat ik toch niet hoogbegaafd kon zijn omdat niet alles klopte. De basisschool gaf mavo-advies en de boodschap dat ik blij mocht zijn als ik dat haalde. Maar de cito zei havo en al mijn vrienden en vriendinnen gingen naar havo of vwo. Ik ging via mavo/havo, havo/vwo naar drie vwo, gehaald, maar toch weer havo-advies. Thuis vonden ze havo wel best, daarnaast werd er van alles verwacht zoals bijbaantje, sporten, thuis meehelpen. Ik werd gepest op school, voelde me altijd anders dan de rest. Dus ik deed havo met een extra vak.

Daarna HBO, ik week af van de rest, dat was duidelijk, maar ondanks dat mochten ze me. Ik liep met name bij projecten altijd een week of 3 voor op de rest van de groep voor mijn gevoel. Mijn ideeën werden altijd met een paar weken vertraging uitgevoerd. Op de universiteit zou dat toch wel beter gaan? Nee dus, precies hetzelfde. Zelfs minder aansluiting dan op het HBO. Afstuderen aan de universiteit, mijn begeleider had een duidelijke visie over de onderzoeksvraag waar ik op uit moest komen. Mijn opzet was appels met peren vergelijken volgens de docent, haar voorstel was wiskundig twee identieke modellen vergelijken volgens mij. Ik heb drie keer een alternatief onderzoeksvoorstel gedaan en beargumenteerd waarom, maar ze bleef al mijn voorstellen afkeuren. Ik heb haar voorstel uiteindelijke uitgevoerd en het bleken twee wiskundig identieke modellen. Nu ik 40 ben begrijp ik eindelijk dat ik wel hoogbegaafd ben en maak ik dezelfde worsteling met mijn kinderen door.

Karin
20 december 2020

Het begon goed deel 2

In mijn ervaringsverhaal over het onderwijs heb ik verteld hoe ik in 5 scholen mijn havo afgerond heb met twee vingers in mijn neus. Ik dacht dat het een misverstand was. Dat wanneer ze zouden zien hoe slim ik werkelijk was dat er roem en rijkdom naar me toe zouden stromen. Een studiekeuze maken vond ik moeilijk. Ik was in alles wel goed vond ik. Het eerste probleem bij de eerste studie was dat ik moest opletten in de les om de studie te volgen. Dit had ik op de basisschool en middelbare school nooit hoeven doen. Ik vond ook dat het beroep niet belangrijk genoeg was voor de talenten die ik had. Dat was ook het probleem bij de tweede en de derde studie.

Daar bovenop had ik ook constant suïcidale gedachten. Ik deed een poging en moest daardoor ook met mijn derde studie stoppen. Ging therapie in. Laat ik maar niet beginnen over de problemen die ik met therapie heb.

Ik besloot sinds ik toch goed was in alle schoolvakken ik dan maar de pabo zou doen. Dit keer zou ik er echt werk van maken om te tonen hoe goed in school was. Het lukte. Ik haalde verreweg de beste resultaten van de hele pabo. Leraren, mijn stageleerlingen en stagebegeleiders waren dik tevreden over me. Een groepje klasgenoten moesten me constant treiteren op de meest kinderachtige wijze. Waarom? Omdat ik veel hoger scoorde dan hen? Omdat ze daardoor dom leken? Omdat tijdens een les waarin we debatteerden ik steeds een afwijkend standpunt had dan dat van hen en ik de hele groep eruit debatteerde? Omdat ik het belangrijk vond dat het onderwijs seculier bleef? Ik week op zoveel manieren af van hen, maar ik wilde hun levens niet moeilijk maken, terwijl zij dat wel constant tegenover mij deden. Ze roddelden en verspreidden leugens. De toekomstige leraren gedroegen zich letterlijk als middenbouwers. Gedrag dat ze zelf zouden afstraffen als leerlingen van hun klas dat deden. Na vele vriendelijke verzoeken om te stoppen met dit kinderachtige gedrag ging het op een gegeven moment te ver en verloor ik mijn controle. Ik schold. Ze hadden nu alle bewijs om bij de directeur aan te kloppen dat ik niet spoorde en een gevaar was voor het onderwijs. De directeur vond het makkelijker om de grotere groep gelijk te geven ondanks het feit dat ik allang bewezen had een voorbeeldstudent te zijn.

Ik werd geschorst, terwijl ze vrij spel hadden om meer leugens te verspreiden. Ik had zogenaamd iemand bedreigd en heb geen zin om verder op te schrijven wat ze verder gezegd hadden. Het was mijn vierde hogeschool. Na drie basisscholen en twee middelbare scholen. Ik had mijn alles op alles gezet. Ik had goede cijfers en vlak voor mijn propedeuse leek ik alles en iedereen tegen me te hebben. Ik zou nooit meer naar school gaan na deze ervaring.

Maar tien jaar later zijn er een heleboel meer volwassenen die aan de pabo beginnen. Ik geloof niet dat een situatie als met de tienermeisjes van toen zo makkelijk voorkomt. In hun systeem staan nog steeds mijn cijfers van toen opgeslagen als het goed is. Daarom wil ik in februari weer beginnen. Het onderwijs kan op erg veel vlakken veel beter dan wat ik gezien heb en daar help ik graag bij. Ik vind het leuk om met schoolvakken en schoolkinderen te werken en ben er erg goed in.

Reza
21 november 2020

Vaak vervelend

Op de kleuterschool begon het al. Andere kinderen wilden niet met me spelen. De juf was kwaad en dreigde me op te laten sluiten. Als het schooltje dicht ging stonden op de hoek kinderen mij op te wachten om te pesten en te trekken. Ik wilde er niet heen maar mijn ouders forceerden dat. Toen de lagere school. In de klas kwam een meisje uit Nieuw Guinea. Kinderen ‘vonden’ dat ze stonk. Dezelfde kinderen die nota bene in Sinterklaas geloofden. Stommelingen kortom. Ik zat vaak naar buiten te kijken, vogeltjes en zo. Niets te beleven. Iedere week werd ik door oudere jongens aangevallen. Vaak kwam ik met open knieën thuis. Soms stond er een groepje om me heen. Als ik iemand aankon werd er een sterkere figuur ingezet. Soms hielp mijn vader me er uit en liepen we zwijgend naar huis. In de zesde klas dreigde van alles mis te gaan. Ik moest nog een jaar op de lagere school blijven.

Ook het vervolg was problematisch. Op de Mulo had ik een kans om te slagen van 1 op 10. Mijn ouders wilden toch de HBS. Inmiddels had ik judo geleerd en had ik mijn belagers hun lesje geleerd. HBS: in het jaar schommelende resultaten: begin november en begin februari ging het mis. Een zeldzame gevaarlijke seizoensdepressie die niet onderkend werd. De verveling bleef. Ik las de bibliotheek leeg, tenminste als ik de boeken voor ouderen te pakken kon krijgen. Dol op filosofen, maar op mijn vijftiende had ik ze allemaal gehad. Uiteindelijk, via vele bijlessen om dat stomme onderwijs te snappen, toch afgestudeerd. Naar de HTS in Amsterdam om opvolger te worden van mijn vader die aannemer was. Fascinerende wereld en ik werd lid van Provo. De HTS bezocht ik weinig. Ging veel hasj gebruiken en zelfmoord werd een steeds belangrijker thema. Toen zwerven en LSD. Lang zou ik niet meer leven. Gearresteerd met 30 gram hasj en 10 LSD tabletten. Negen maanden gevangenis waarvan een half jaar voorwaardelijk. Ernstige, onbehandelde shock.

Na de gevangenis geweigerd op meerdere HTS’en. Had de voorpagina van de Telegraaf gehaald tenslotte. Eindelijk een school in Hengelo. Daar vonden ze mij en mijn ideeën spannend. Onderwijshervormingen doorgevoerd die tot op de dag van vandaag deze HTS populair maken. Veel gepubliceerd. Leuke tijd.

Toen naar de universiteit. Stomme opleiding. Soms was een werkcollege leuk met een getalenteerde onderwijsgevende. Besteedde er drie uur per dag aan. Tentamens: een zesje of zeventje was voldoende. Soms vond ik iets leuk en kreeg ik opeens een tien. Weer naar mijn vader. Dit is niet te doen. Een bekend adviesbureau dreigde zich te verslikken in een megaklus en zat op mij te wachten. Zou misschien ten koste van de door mijn vader betaalde studie gaan maar anders was het ook niet te doen. Mocht van mijn vader. Werd een reuzensucces en toch haalde ik op tijd mijn kandidaats economie. Toen naar de Interfaculteit bedrijfskunde. Wel aardig, de Studenten werden op voorhand geselecteerd en maar één op de drie werd toegelaten. Bleek al snel dat ik de beste was van het spul. Had nogal eens aanvaringen met professoren omdat ze mijns inziens tekortschoten. Weer naar mijn vader: ik wilde hiermee ophouden. Voor mij niet zinnig. Mijn vader zei dat het behalen van zo’n Drs.-titel het leven later aangenamer en makkelijker zou maken en drong erop aan het af te maken. Met wat medestudenten een eigen onderzoeksbureau begonnen naast de studie.

Zo ben ik uiteindelijk toch Drs. Ing. S. van de Raadt geworden. Ook universitair hoofddocent omdat ik persé geen professor wilde worden. Te eentonig!

Steven van de Raadt
19 november 2020

Maar waarom denken jullie zo klein?

Binnen mijn opleiding werken wij alleen met groepsopdrachten. Héérlijk leek me dat, ik kon oneindig nieuwe dingen leren, enorm veel creatieve vrijheid; de hele wereld zou voor mij open liggen. Na drie weken was ik wel van mijn roze wolk gedonderd, het ging weer hetzelfde als altijd.

Docenten die niet snappen dat ik oneindige uitdaging nodig heb, enorm veel kennis wil vergaren, veel creativiteit heb en enorm veel doorzettingsvermogen. Groepsgenoten die bepaalde dingen niet belangrijk vinden, want daar worden we toch niet op beoordeeld. Maar hoeee vet als we het wel doen? En als we dan dit doen, of dan zus en zo! Gewoon omdat het kan. “Puck, je moet niet zo groot denken” kreeg ik terug. Maar waarom denken jullie zo klein?

Na twee weken verveelde ik me al, klein is voor mij niet genoeg. Maar verdieping is er niet voor eerstejaars Hbo’ers. Er is geen besef van wat ik zoek en wat ik nodig heb. En wanneer ik mij dan heb aangesloten bij de tweedejaars zonder enige voorkennis, dan is de vraag ‘wat doe jij hier?’.

In het hoger beroepsonderwijs mis ik de mogelijkheid tot oneindige groei en de sturing die daarbij nodig is. Gelijkgestemden vinden is moeilijk, maar wat zou het fijn zijn als de docent mijn behoefte zou begrijpen en er samen naar oplossingen gezocht zou kunnen worden.

Puck
18 november 2020

Versnellen: wanneer je studieplanning ingewikkelder ligt dan de studie zelf

Met hoge verwachtingen startte ik op het HBO: nu ging ik uitgedaagd worden en keihard studeren! Helaas merkte ik al snel dat die uitdaging er niet was, dat de theorie heel breed en laagdrempelig was en dat ik zonder veel moeite mijn propedeuse ook wel ging halen. De studie was leuk, maar kwam niet in de buurt van wat ik verwachtte en langzaam begon ik dit ook richting docenten uit te spreken: ik mis uitdaging.

Fijn ervaringen zijn er ook! Mijn signalen werden opgepakt en ik mocht deelnemen aan het (voor VWO-ers bedoelde) versnellersprogramma waar een handjevol leerlingen jaarlijks gebruik van maakt. De studie in 3 jaar afronden waardoor je meer op je bordje kreeg, ruimte had voor verbreding en verdieping en uitgedaagd werd zelf je studie in te delen. Met name dat laatste blijkt een uitputtingsslag: het versnellen mag, maar betekent dat je regelmatig op meerdere plekken tegelijk moet zijn, aanloopt tegen docenten die helemaal niet op de hoogte zijn van het versnelde programma (“wat doe jij als 2e jaars in mijn 4e jaars les? Dit lijkt mij echt niet de bedoeling!”) en vakken die doorlopen tot na je afstuderen waarvan je zelf maar moet bedenken hoe je het dan vorm gaat geven.

Mijn school denkt wat mee, dat is prettig. Maar echt worden uitgedaagd en gewaardeerd om wie je bent en wat je kunt als hoogbegaafde, is op het HBO een moeilijke kwestie… wat zou het soms fijn zijn om gewoon gemiddeld te presteren, om niet die hunkering te hebben naar diepte, kennis en uitdaging.

Anoniem
17 november 2020

Mijn desillusie van het hoger onderwijs

Doordat ik fundamenteel anders dacht dan de opdrachten van mij vroegen op de basisschool en ik de cognitieve prikkels buiten school veel interessanter vond, ben ik na de basisschool begonnen op het VMBO. Ik wist dat ik anders was dan mijn klasgenoten maar hoogbegaafdheid als verklaring lag ver buiten het referentiekader van zowel mij als dat van mijn omgeving. Want ja die Cindy deed het niet zo goed op school. Na jaren van persoonlijke worstelingen, eenmaal erachter gekomen dat zelfs uitzonderlijke hoogbegaafdheid op mij van toepassing bleek te zijn, keek ik enorm uit naar het hoger onderwijs, ‘eindelijk op mijn plek’ dacht ik. Als kind had ik het ideaalbeeld van de universiteit, daar zou alles mogelijk zijn!

Psycholoog worden is mijn droom, dus voor mijn stap naar de Universiteit had ik een vooropleiding nodig. Ik begon na het behalen van het colloquium doctum dan ook super enthousiast aan het HBO. Want dit was het hoger onderwijs! De plek waar eindelijk plaats zou zijn voor mijn divergente manier van denken en creëren. De eerste colleges heb ik tot grote frustratie van mijn klasgenoten naar hartenlust vragen gesteld, waar ik keer op keer de deksel op mijn neus kreeg. Want mijn vragen reikten verder dan het curriculum, onnodig dus… De eerste toetsen wilde ik laten zien wat voor kennis ik had. En ik wist zeker dat ik een hoog cijfer zou halen want dit vakgebied is mijn passie, ik weet er alles van! … huh op het nippertje een 6…? Ja, want ‘je antwoorden zijn te abstract’. en ‘je denkt te moeilijk’. … Maar ik kan niet anders denken dat dit? En al die verbanden dan? Die kan ik toch niet ineens niet-zien? Ik liep met kennis van de stof de collegezaal in, om vervolgens verward de collegezaal weer uit te lopen. De stof werd met tussenstappen aangeboden die mijn hoofd niet maakte. Maar bij elke docent aangeven dat ik tegen mij hoogbegaafdheid aanliep, dat vond ik eng. ‘Kom ik dan niet arrogant over? Vinden ze mij dan een aansteller?’

Ik merkte dat ik wanneer ik thuis bleef betere resultaten haalde, maar door de onderprikkeling hard achteruit ging in mijn psychische gezondheid. Ik had een aantal lieve en welwillende docenten die mij hielpen en opperde om te versnellen, wat mij een grote uitkomst leek! Maar de examencommissie zag dat anders in. Mijn situatie bleek geen reden tot uitzondering, hoogbegaafdheid zou geen handicap zijn.

Naarmate het propedeusejaar vorderde raakte ik verder in mijzelf gekeerd en afgestompt… aan de docenten lag het niet. maar het enthousiasme waar ik mee begon was verdwenen. De discrepantie tussen mij en de maatschappij groeide met de dag en eindigde in 4 opnames in de acute psychiatrie, verspreid over het propedeusejaar. Uiteindelijk heb ik vanuit het ziekenhuis mijn propedeuse gehaald.

Zou de universiteit dan die plek zijn waar er plaats is voor mijn manier van denken…?

De studieadviseur keek mij wat beduusd aan toen ik vroeg of de universiteit begeleiding biedt voor hoogbegaafde studenten. ”Uhm….Nee, we hebben op de universiteit geen coördinator hoogbegaafdheid ofzo.”

Geen plek voor divergentie… en daar blijf ik op vastlopen. Ik voel mij een kopieermachine tijdens mijn studie, ik wil en kan zelf denken. Waarom mag dat nou niet!? Mijn hoofd loopt over van ideeën en theorievorming. Maar ik sta achter geen enkel essay dat ik inlever, en ga er standaard vanuit dat ik vastloop op vraagstelling tijdens MC-tentamens. Met vragen stellen ben ik gestopt. Zodat ik minder verval in discrepantie en existentiële worstelingen. Want dat beeld van de universiteit dat ik had als kind, die plek waar alles zou kunnen, blijkt een steeds kleiner wordende kamer te zijn.

We hebben nog een flinke stap te zetten wat betreft het onderwijs voor hoogbegaafden.

Wat zouden we gave dingen kunnen bereiken als we met elkaar een plek kunnen creëren voor hoogbegaafden in het hoger onderwijs. Ik blijf mij daarom inzetten voor inclusie en bewustwording. Weg met dat stigma!

Cindy
16 november 2020

Niet alle hulp heeft nut

In de eerste klas van mijn middelbare school werden leerlingen onderworpen aan een IQ-test. Tot de verbazing van mijzelf en mijn ouders werd ik vanuit deze test doorverwezen naar een testcentrum, vanuit waar ik al snel dé stempel kreeg. Ik werd op de middelbare school in de “MGT groep” geplaatst: een groepje meergetalenteerde kinderen. Op de basisschool zat ik ook al in zo’n groepje. Helaas ging bij beide groepen hetzelfde mis: degene die deze groepen moest begeleiden wist niet hoe hoogbegaafden in elkaar steken. De insteek leek: “laat ze maar doen waar ze zelf in in hebben, ze zijn toch heel slim”. Dát werkt niet. We hebben júist heel veel behoefte aan begeleiding – begleiding van mensen die weten hoe een hoogbegaafde in elkaar steekt en wat wij nodig hebben. Na het afronden van de middelbare school was het afgelopen met de specialistische begeleiding.

In het hoger onderwijs mochten we het zelf uitzoeken, iets wat ik nog steeds heel jammer vind. Ik merkte wel dat ik anders dacht dan anderen, maar omdat ik en mijn gedachten vaak in de minderheid waren begon ik ontzettend aan mezelf te twijfelen en me aan te passen aan de rest. Zonde, en het resultaat? Een burn-out. Na een coachingstraject bij iemand die wél veel verstand had van hoogbegaafdheid (en in mijn geval, hooggevoeligheid) begon ik pas te begrijpen wat werkt voor mij, en waar mijn krachten liggen. Inmiddels weet ik wat mijn krachten en talenten zijn en waar ik uitdagingen voor mezelf kan vinden, maar toen was ik al bijna afgestudeerd. Ik wil hiermee duidelijk maken: doe niet zomaar iets, maar verdiep je echt in wat hoogbegaafden nodig hebben en hoe ze denken. Daarbij wil ik ook benadrukken dat elke hoogbegaafde anders is, en dat gepaste begeleiding echt heel belangrijk is. Zo niet, dan hebben de “plusgroepjes” weinig zin.

Maike
16 november 2020

Een kat in het nauw maakt rare sprongen

Na mijn VWO ben ik begonnen aan een universitaire studie Pedagogische Wetenschappen. Ik keek er enorm naar uit; ik had de universiteit heel hoog staan. Hier zou ruimte zijn voor creativiteit, zouden kritische zienswijzen worden toegejuicht, zou ik al mijn ideeën kwijt kunnen, zou ik kennis opdoen binnen mijn interessegebied en kon ik hopelijk met mijn ervaringsdeskundigheid van jaren therapie, de wereld voor de volgende generatie een stukje mooier maken. Dat was het ideaalbeeld. Helaas bleek dat ook binnen de universiteit een gekaderd systeem bestaat, een duidelijk heersend paradigma dat alternatieven uitsluit. Hoewel ik op resultaten niet ben uitgevallen, voelde ik ten diepste dat ik (relatief) onderpresteerde. Ik voelde geen grond, geen begrip, geen draagkracht voor wat ik in me had. Wat ik bedacht viel buiten de lesstof, buiten het curriculum en de getoetste kennis. Tegelijkertijd haalde ik juist hierdoor slechte cijfers, omdat ik veel te moeilijk nadacht.

Gelukkig heb ik mijn Bachelor in de ‘gebruikelijke’ drie jaar gehaald. Wel frustreerde ik me elk tentamen weer over de beperkte kennis die gevraagd werd te worden gereproduceerd. Ik vond geen uitdaging en kreeg regelmatig te horen ‘dat we het voor het tentamen niet zo diep hoefden te kennen’. Er was een mogelijkheid tot een Honoursprogramma, maar mijn resultaten waren niet bovengemiddeld. Daarnaast had ik het idee dat het aanbod eerder ging om ‘meer werk’ dan om ‘dieper/uitdagender werk’.

Tijdens mijn afstuderen liep ik tegen de kaders van de wetenschappelijke schrijfstijl aan. Mijn scriptie heb ik een aantal keer moeten herschrijven, omdat ik te breed schreef. Ik kon echter niet anders, alles had voor mijn idee met elkaar te maken, elke associatie wilde ik toelichten of ontkrachten. Uiteindelijk is mijn scriptie een minuscuul deel geworden van de plannen die ik in mijn hoofd had. Voor mijn gevoel ben ik al die jaren van mezelf verwijderd geraakt omdat ik zoveel moeite had om mezelf aan te passen om binnen het kader te kunnen presteren. Dat ik anders denk dan anderen werd ook tijdens mijn stage duidelijk. Ik schoot alle kanten op, was in het begin totaal niet mezelf, omdat ik inmiddels het gevoel had dat hoe ik dacht en deed zo out-of-the-box was en daarom niet gewaardeerd zou worden. Vandaar ook de titel; een kat in het nauw maakt rare sprongen. In het proces van geforceerd conformeren ben ik een deel van mijn authentieke zelf kwijtgeraakt.

Wat ik in deze tijd heb gemist is een coach die mij hielp mijn opleiding te voltooien zónder mezelf kwijt te raken. Die me inzicht gaf in mijn manier van denken en dit accepteerde. Het systeem zal niet zo snel worden aangepast (hoogbegaafden zijn immers in de minderheid), maar hoogbegaafden kunnen wel worden gecoacht in het milder kijken naar zichzelf binnen dit systeem, de mismatch te erkennen en een balans te vinden in wat kan en wat mag. Daarbij zou ik graag willen zien dat de creatieve ideeën die hoogbegaafden hebben niet worden gestild doordat het niet in de leerdoelen of het curriculum zou staan, maar deze vorm van uitdaging juist wordt aangemoedigd.

Sanne
16 november 2020

Ik raakte mezelf volledig kwijt door het onderwijssysteem

Op de peuterspeelzaal viel het mijn moeder al op: Ik wilde niet meedoen met de andere kinderen. Ik wilde mezelf ontdekken en mijn creativiteit uiten. En dat ik anders was, dat merkte ik zelf ook al heel snel op. Op de basisschool zat ik altijd boordevol vragen, maar deze durfde ik niet te stellen uit angst voor afwijzing van de klas en de leraren. Ik mocht deelnemen aan de plusklas, maar ook hier was de uitdaging ver te zoeken. En zo raakte ik mezelf steeds verder kwijt. Want te weinig uitdaging en te veel onbeantwoorde vragen, begon ik steeds meer aan mezelf te twijfelen. Hoe kwam het toch dat ik zo weinig aansluiting vond?

Afgelopen jaar ben ik er, na depressies, PTSS en persoonlijkheidsproblematiek, achter gekomen dat ik hoogbegaafd ben. En dat het volgens mijn psycholoog ook heel logisch is dat er problemen zijn ontstaan tijdens het ontwikkelen van mijn persoonlijkheid. Als hoogbegaafdheid gemist wordt en het kind niet de juiste begeleiding krijgt, kan het kind zichzelf helemaal kwijtraken. En dat gebeurde bij mij ook, omdat ik wel door had dat ik mezelf anders ontwikkelde, maar hier totaal geen begeleiding in kreeg. Nee, ik moest me vooral lekker aanpassen en niet te veel aandacht vragen. De cijfers waren goed, dus niks aan de hand.

Nu ik een universitaire studie volg en me eindelijk bewust ben van mijn hoogbegaafdheid, valt me pas op hoeveel worstelingen hoogbegaafdheid met zich meebrengt. Omdat mijn manier van verwerking niet aansluit bij de volgorde van de aangeboden literatuur, levert dat me aan het begin van het blok standaard veel frustratie op. Daarnaast merk ik constant dat de literatuur voor mij niet diep genoeg op de stof in gaat, maar tijd om er wel voldoening uit te halen is er niet. Die tijd stoppen we in het schrijven van verslagen waarin onze eigen gedachten eigenlijk niet genoemd mogen worden, want dat is niet wetenschappelijk. En zo kan ik nog veel meer punten op kunnen noemen waar ik tegenaan loop.

Het vervelendste vind ik nog dat hoogbegaafdheid niet als ‘handicap’ gezien wordt. Want ondanks dat mijn IQ heus weleens goed van pas komt, ben ik van mening dat het ook heel belangrijk is om hoogbegaafde leerlingen goed te begeleiden. Zeker omdat ik me nu een beetje verloren voel in een wereld waarin helemaal niks is afgestemd op mijn intense belevingswereld (zowel qua cognitie en gevoel als qua rechtvaardigheid en bewustzijn).

Daphne
15 november 2020

Een afgiftepunt voor mijn anders zijn?

Laatst vroeg iemand mij waar ze haar hoogbegaafdheid kon inleveren. Ik zei haar dat ze dat niet bij mij kon doen, niet hóefde te doen, maar waar wel kon ik haar niet vertellen.

Lang geleden is de gedachte aan het inleveren van mijn hoogbegaafdheid ook bij mij de revue gepasseerd. Dat duurde niet lang en het antwoord op wat dan een geschikt afgiftepunt is ben ik mezelf bewust schuldig gebleven.

Aan het begin van mijn studententijd verbond ik me met de studievereniging en daar leek ik helemaal niets van de rituelen te begrijpen. De leden waren vooral met heel andere dingen bezig. Niet eenzijdig goed of fout, ongetwijfeld voor veel mensen hartstikke goed, gezellig en leuk zelfs, maar niet voor mij. Ook op het reisje met de internationale studievereniging trof ik een soort groot zuipfestijn aan, maar nu zijn deze mensen vaak wel elkaars collega’s in mijn toenmalige sector.

Ik keek om me heen en zag dat er meer mensen waren die toch een andere dynamiek kenden en het ritme dat in onze aard verankerd lag stuurde ons anders aan. Het was alsof er een daglengteverschil bestond.

Ik heb toch mijn weg gevonden door om te gaan met elkaar wederzijds beter aanvoelende mensen. Ook al zaten we samen in een voor ons niet zo passende omgeving, bood het ons voor de duur van onze studies toch een onderlinge uitlaatklep en een plek voor relativering en afwijkende humor.

Je kunt in je schulp kruipen als je anders bent, ogenschijnlijk normaal, en toch verandert dat niets aan de andere spelregels in jouw leven. Het is handig om binnen de omgevingen waar jij je begeeft besef te hebben van de heersende opvattingen, maar dat hoeft niet te betekenen dat dit het dan maar voor je is. Je doet jezelf dan tekort.

De meerderheidsspelregels leren begrijpen is een extra stap omdat je die van nature niet of minder zelf doorleeft. Allerlei op tradities en rituelen gebaseerde gedragingen, uitzonderingen, paradigma’s, procedures en processen zijn voor jou niet logisch. Zoek dan alsnog naar raakvlakken. Als die er niet zijn, zoek dan naar nieuwe omgevingen, omdat je anders na verloop van tijd stikt. Zeker als institutionele verandering naar meer inclusie niet gerealiseerd kan worden.

Zorg dat je altijd iets hebt om je op te verheugen. Leer nieuwe mensen kennen. Omgevingen en mensen waar jij meer authentiek kunt zijn bestaan. Soms moet je wat langer zoeken om ze te ontrafelen, maar je kunt ze ook zomaar tegenkomen. Leer vooral om jezelf te zien in eigenheid, zodat je weet waar je op moet letten. Dit is een verscherping van het waarnemingsvermogen dat je altijd al in je had.

Ik hoop van harte dat het hoger onderwijs inclusiever wordt voor hoogbegaafden en iedereen met een goed stel hersens die anders leert. Zodat een afgiftepunt voor anders zijn niet nodig is.

Anoniem
15 november 2020

Genieën, dat waren jongens zoals Einstein

Na ruim tien jaar ben ik uit de wetenschap gestapt. Een passie is niet meer. Kapotgegaan aan overmatige conditionering. Ik ben eruit gestapt, of beter, gegooid, of gevallen. Ik waag me er niet meer. Eens was onderzoek doen een passie, maar ik zal niet meer terugkeren naar hetzelfde vakgebied. Mijn officiële toegang tot wetenschappelijke artikelen is afgesloten. Ik besta niet meer.

Als je een (potentieel) IQ hebt van 130 tot 140 en je hebt het geluk hoogopgeleid te zijn, is het nog enigszins mogelijk om een werkomgeving te vinden waar zich nog enkele individuen bevinden met wie je je kunt onderhouden op een vergelijkbaar niveau, al is dat lang niet altijd makkelijk.

Als je extreem hoogbegaafd bent val je vrijwel overal buiten. Je hoeft haast niet te hopen dat je voldoende wordt uitgedaagd in een bestaande organisatie of dat je in de bedrijfscultuur past. Je bent zo zeldzaam dat het grootste deel van wat je beweegt buiten het waarnemingsveld valt van recruiters, hiring managers en collega’s, mocht je het geluk hebben om überhaupt aan een baan te komen en niet als te intimiderend gezien worden. Een eigen traject met ruimte voor verschillende manieren van leren en ontwikkelen is dan noodzakelijk. En dat in een onderling respectvolle omgeving.

Ik ben mijn hele leven onder de radar gebleven. Mijn begaafdheid wordt namelijk heel makkelijk weggezet als arrogantie. Misschien stond ik voor sommigen zo dichtbij dat het te onwaarschijnlijk was om iemand als ik tegen te komen, met stelselmatige onderschatting tot gevolg. Ik ben daarbij niet op cruciale momenten de juiste mensen tegengekomen. Ik had geen ouders die vochten voor het beter vervullen van mijn uitzonderlijke leerbehoeften. En genieën, dat waren jongens zoals Einstein.

Deze maatschappij doet van alles voor mensen die niet mee kunnen komen omdat het tempo te hoog ligt. Hun “handicap” kan door vrijwel alle andere mensen worden waargenomen. Aan de andere kant kan je zo uitzonderlijk begaafd zijn dat je de keuze hebt om je aan te passen onder druk van het poldermodel, buigend voor de in welke omgeving dan ook geldende meerderheid, of om ten onrechte te worden buitengesloten. Je redt jezelf immers wel altijd in je eentje, voor jou hoeft niks gedaan te worden, zo is vaak de gedachte. Dat isoleert en maakt eenzaam. In sommige gevallen kan een vlucht naar internationale organisaties nog enig soelaas bieden. Voor de rest ben je op jezelf aangewezen, al dan niet als ondernemer.

Ik heb veel onderzoek verricht. Voor wie legde ik die gouden eieren eigenlijk? Ook nu nog bestaat de veronderstelling dat ik gratis en voor niets nog een tijd kom doorwerken alsof er niets veranderd is. Brood op de plank is niet voor de slimste mensen weggelegd, want wie zo diep voor wat ooit een passie was wist te gaan, moet daar wel heel wat anders voor over hebben dan geld.

Er is niet eens een exitgesprek geweest. Geen gebak, geen afscheidsborrel, geen koffie, alleen de kale, geautomatiseerde brief enkele weken geleden die mijn einde aankondigde, en nu wederom geautomatiseerd het eindigen van mijn online toegang tot wetenschappelijke kennis direct van de bron. Even borrelt frustratie in me op. Maar daarmee verander ik geen systemen en verbeter ik mijn leven niet. Ik ben niet voortijdig uitgevallen en alsnog val ik erbuiten.

Laatst vond iemand dat ik erg veel kennis heb opgedaan. Daar had ik lang niet bij stilgestaan. De academische wereld ligt in elk geval achter me: ik zal me er niet weer vertonen. Mijn onderzoeksmaterieel heb ik opgeborgen. Ik zal mijn zinnen op andere passies zetten, want die heb ik gelukkig. Als het lukt, want zekerheid bestaat niet.

Ik ben extreem hoogbegaafd en onzichtbaar.

(Geschreven in 2018)

Anoniem
15 november 2020

Uitdaging in het hoger onderwijs

Beste allemaal,

Op de basisschool was ik traag met mijn rekenwerk. De leerkracht gaf mij minder werk en wist niet dat ik de sommen drie keer opnieuw uitrekende, ik wilde absoluut geen fouten maken. Op de middelbare school werkte dit perfectionisme door tot faalangst met heftige uitbarstingen in de thuissituatie. Ik wilde de stof in één keer begrijpen, vooral met wiskunde. Wanneer mijn vader mij hielp, wilde ik eigenlijk tijdens zijn uitleg of zelfs voorafgaand aan zijn uitleg de boel al snappen.

Na het VWO ben ik naar de pabo gegaan. “Je vergooit je vwo,” was een uitspraak die sommige mensen deden met eventuele afkeurende blik. De universitaire pabo was een optie, daar heb ik ook naar gekeken. Maar toen ik bij de open dag hoorde dat bijna de helft van de studenten afviel in het eerste jaar, dacht ik “Dan maar gewoon pabo.” De opmerkingen van mensen die er negatief naar keken, liet ik van mij afglijden. “Ik weet dat ik de pabo wil doen, dus dan ga ik ervoor. Hoe kan je iets vergooien, als je doet wat je het liefste wil doen?” Dat was mijn motto en tegelijkertijd mijn blinde vlek.

Door die blinde vlek zag ik niet dat ik mij in het eerste jaar van de pabo compleet aanpaste. Eerst stelde ik nog gretig vragen: “Waar is dat actief leren van Kaleidoscoop op gebaseerd?” Ja, voor dat soort vragen moest ik naar de universiteit. Maar dat wilde ik niet (of kon ik niet, dacht ik), ik wilde de pabo doen. In mijn eerste jaar ben ik nog naar het decanaat gegaan. Ik wilde meer uitdaging en keuzevrijheid en vooral niet naar de universiteit. In m’n derde jaar van de pabo kregen we 3EC om zelf in te vullen, om te werken aan een zelfgekozen doel, zolang we het maar konden verantwoorden. Wauw, wat ben ik in die 84 uur gegroeid in zelfkennis! Ik hervond m’n motivatie, ontdekte nieuwe dingen over mezelf (hooggevoeligheid) en zocht naar uitdagingen. Ik vertrok voor een half jaar naar Breda voor een externe minor hoogbegaafdheid en heb ontzettend veel geleerd, ik mocht namelijk onderzoek doen! Het vierde jaar van de pabo leek op m’n laatste half jaar in Breda. Even de tanden op elkaar en afmaken die opleiding.

Inmiddels zit in in een premaster. Ik begon zeer gemotiveerd. De motivatie is er nog zeker, alleen wel wat gedaald, doordat ik inzag hoe sterk er getoetst wordt op feitenkennis. Ik mis de interactie van het HBO, in de colleges lijkt soms een taboe te hangen op vragen stellen. Ik daag inmiddels mezelf uit in m’n werk als leerkracht naast de premaster. Ook lees ik veel. Maar soms voelt het wel alleen.

Kortom: zorg voor ruimte, ga in gesprek en differentieer ook in het vervolgonderwijs!

"Maaike"
13 november 2020

Ik had een goed stel hersens…

… dat zei mijn oma altijd, hoewel ik niet altijd even goed begreep wat ze precies bedoelde. De herkenning kwam pas 30 jaar later, toen ik een HB coach leerde kennen.

Op school deed ik altijd waar ik zin in had. Vooral puzzelen vond ik erg leuk, en daar heb ik veel van mijn tijd aan besteed. In de zesde klas (groep 8) las ik boeken over atomen en sterren, gewoon omdat ik dat leuk vond, en ik had geen flauw benul van mijn HB-zijn. En toen ik in 3 havo alweer een 10 kreeg voor een scheikunde proefwerk begreep ik al helemaal niet waar mijn mede-ll zo’n moeite mee hadden. Dat was toch simpel? Het periodiek systeem kon je toch dromen?

Na diverse omzwervingen belandde ik op HBO informatica. Dit was een vier-jarige opleiding waar ik gelukkig, door het kwartaal-systeem, vooruit kon werken. Ik was dan ook in drie jaar klaar, en nog zag ik het niet. Ik was volgens mijn vrouw wel bijzonder, maar vaak werd naar mij verwezen als het zwarte schaap.

Sinds die HB-coach in 2005 (ja, ik ben 54) veranderde mijn leven compleet. Het had even tijd nodig, maar ik ben tegenwoordig het witte schaap. De rest is zwart!

Camiel Wijffels
12 november 2020

Twee basisscholen en twee middelbare scholen

Ik doorliep twee basisscholen en twee middelbare scholen. Ik heb daarbij te vaak moeten ondervinden hoe het is om als hoogbegaafde niet erkend te worden in mijn ontwikkel- en leerbehoeften. Ik heb in groep 5 wel even mogen proeven aan meer autonomie krijgen in het leren en ontwikkelen, maar dat tijdens mijn verdere schooltijd nooit echt kunnen ondervinden.

Ik wist dat een goed diploma later wel eens handig kon zijn. Daarom ben ik niet uitgevallen. Ook al voldeed het onderwijs niet aan mijn leerbehoeften en werd ik vooral op mijn eerste middelbare school hevig gepest. Ik gun het alle kinderen dat ze hun schooldiploma op een beter afgestemde, meer plezierige en meer traumasensitieve manier kunnen behalen. Met als belangrijkste doel om daarna te kunnen doen wat hen gelukkig maakt.

Ook in het hoger onderwijs ondervond ik vaak een gebrek aan aansluiting bij mijn leer- en ontwikkelbehoeften. Wel vond ik de onderzoeksstages fijner dan het volgen van vakken. Ik heb in 2012, tijdens het laatste jaar van mijn universitaire studies, de basis gelegd voor Stichting Hoogbegaafd!

Niet erkend worden is letterlijk alsof je niet kunt bestaan. Maar jouw stukje menselijke diversiteit is er wel degelijk. Hoogbegaafdenonderwijs dat past is daarom noodzakelijk! Helaas is dat nog lang niet altijd en overal de werkelijkheid.

Lees ook dit interview in Metro.

Alice
10 november 2020

Dom voelen door een hoge intelligentie

Naast hoogbegaafd ben ik autistisch en daardoor werken dingen bij mij op een andere manier. Er was geen maatwerk in het onderwijs. Er was een lijn uitgezet voor de gemiddelde leerling en iedereen moest deze volgen, op welke manier je ook van dit gemiddelde afweek. Dat leerlingen die moeilijker leren dan de gemiddelde leerling wat extra hulp nodig hebben weet men al heel lang, dat is namelijk heel duidelijk. Hier bestaan ook al lange tijd interventies voor. Over leerlingen die op andere manieren afwijken van het gemiddelde is veel minder bekend, laat staan dat hier rekening mee gehouden wordt. Hieronder zal ik een aantal punten uitlichten waar ik persoonlijk tegenaan liep:

  • Ik kon lessen niet volgen. Ik was wel aanwezig, maar het lange verhaal van de docent volgen gecombineerd met de aantekeningen op het bord bekijken en de informatie verwerken was voor mij te veel. Dit heeft meerdere oorzaken:
    1. Het waren veel te lange verhalen. Ik wil weten waar het naartoe gaat. Omdat ik concepten snel kan begrijpen ben ik geen ellenlange uitleg nodig en raak ik hierdoor juist afgeleid en de weg kwijt.
    2. Ik ben visueel ingesteld. Ik kan perfect uit een boek leren maar niet door een mondelinge uitleg van een docent.
    3. Door mijn autisme kan ik niet multitasken. Ik kan niet luisteren, op het bord kijken, aantekeningen maken, eventueel in een boek kijken en de informatie verwerken tegelijk. Dit terwijl als ik uit een boek leer ik dit heel snel en goed kan.
  • Door bovenstaand punt had ik tijdens de lessen geen flauw idee waar het over ging. Dit had tot gevolg dat ik me altijd dom voelde. Zelfs al haalde ik goede cijfers door een avond van tevoren zelf thuis te leren.
  • Ik miste dingen. Ik denk altijd veel verder door en als ik iets niet begrijp dan voel ik me dom. Bijvoorbeeld: als je bij scheikunde leert dat als je stofje X en Y bij elkaar gooit en het kleurt groen dan toon je een bepaald iets aan (bij wijze van spreken). Ik denk dan: maar waarom wordt het dan groen? Wie heeft bedacht dat je het daarmee aantoont? Hoe bewijs je dat?
    Dit versterkte mijn gevoel van dom zijn.
  • De gemiddelde leerling wordt blij van sociale activiteiten en wil de hoeveelheid leerwerk en informatie zoveel mogelijk geminimaliseerd hebben. Voor mij was het echter omgekeerd. Dit zorgde voor een gevoel van raar zijn.

Dit is een vrij beknopt overzicht, maar het toont hopelijk enigszins aan waar je tegenaan kan lopen wat veel mensen niet door hebben. Ik heb uiteindelijk universitaire diploma’s gehaald, maar puur op wilskracht. Qua leervermogen was het ook geen probleem, maar voor niets lessen bijwonen die mij veel energie kosten en dan alles thuis nog moeten doen, plus de enorme onzekerheid omdat ik mezelf zo onderschatte maakte het ontzettend zwaar.

Pas enkele jaren na mijn afstuderen kwam ik erachter hoezeer ik van informatie houd, en hoe makkelijk ik informatie opneem, als het maar op mijn eigen manier gaat, en hoe blij ik daarvan word.

Liza (pseudoniem)
6 november 2020